Hoe Defensie IT inzet als strategisch wapen

AG Connect 26 februari 2026: CTO Olivier Sessink heeft de afgelopen zes jaar bij Defensie sturing gegeven aan de grootste IT-organisatie van de overheid, midden in een intensieve transformatie. Wat kunnen andere organisaties daarvan leren?

Foto: © Marike van Pagée

Dacht je dat je als CTO een complexe taak hebt? Dan sprak je nog niet met Olivier Sessink, CTO van JIVC, zeg maar het IT-bedrijf van het ministerie van Defensie. Wanneer je het hebt over Defensie, denkt vrijwel iedereen onmiddellijk aan gevechtstaken en alles wat daarbij komt kijken. Sessink schetst echter een heel ander beeld.

Defensie omvat eigenlijk een combinatie van bedrijven uit uiteenlopende sectoren. Naast de activiteiten in het operationeel militair domein, is Defensie ook een luchtvaartbedrijf met luchtverkeersleiding en een scheepvaartbedrijf met alle bijbehorende maritieme systemen. Daarnaast heeft JIVC de verantwoordelijkheid voor systemen uit de militaire gezondheidszorg, en beheert ook complexe logistieke systemen om wereldwijd te kunnen opereren. Verder is Defensie een telecombedrijf met communicatievoorzieningen en radarsystemen, en heeft het net als ieder ander groot bedrijf HR- en administratieve systemen. En al die systemen moeten beveiligd worden met een solide cybersecurity-aanpak zodat ze blijven functioneren bij cyberaanvallen of fysieke sabotage.  

Generiek past niet 

Het gebruik van de IT-toepassingen verandert snel en dat deed Defensie beseffen dat er behoefte is aan een veel flexibeler IT-landschap. Sessink legt uit dat veel van de generieke systemen de kenmerken hebben van de industrietak waarvoor ze zijn ontwikkeld. Hij noemt als voorbeeld dat een ERP-systeem nooit is ontwikkeld voor gebruik in een gebied met heel slechte verbindingen. Aan de andere kant zijn lichte veldapplicaties weer niet geschikt voor grote logistieke operaties. 

Sessink illustreert hoe al die applicaties met verschillende achtergronden in de praktijk samenwerken. Een artilleriesysteem krijgt zijn coördinaten voor een aanval via operationele commandovoeringsystemen vanuit het veld, bijvoorbeeld van verkenners of drones. Die informatie wordt via eigen militaire communicatiekanalen verzonden, los van civiele netwerken. Tegelijkertijd is er logistieke bevoorrading nodig voor diezelfde artillerie: granaten worden aangevuld door de logistieke keten die standaard ERP- en magazijnsoftware gebruikt tot en met automatische bestellingen en facturatie. “Die hele keten, van verkenner tot magazijn, is technisch met elkaar verbonden, maar functioneert modulair. Want die veldapplicatie moet kunnen draaien zonder centrale verbinding, en het SAP-systeem is nooit gemaakt voor oorlogsgebied.” 

Juist in zulke situaties blijkt hoe belangrijk het is dat IT-systemen elkaar begrijpen, maar niet afhankelijk zijn van elkaars werking. Volgens Sessink is dit een les waar ook andere grote organisaties hun voordeel mee kunnen doen: “Niet alles hoeft in één monolithisch systeem te passen, zolang de delen maar goed met elkaar praten.” Zijn streven is daarom waar mogelijk te werken met onafhankelijke robuuste systemen die via koppelvlakken goed kunnen communiceren. “Dat is eigenlijk de enige manier om dit geheel goed werkend te krijgen.” 

Na het interview werd bekend dat Olivier Sessink Defensie verlaat. Hij treedt in dienst bij de politie in een vergelijkbare functie. 

Geen garanties 

Loskomen van afhankelijkheden speelt ook een rol bij de samenwerking met leveranciers. Lange tijd was de stelregel dat Defensie, maar eigenlijk de hele overheid, bijna uitsluitend zakendoet met grote gevestigde partijen. Dat die opstelling geen garanties biedt, bleek onder meer toen in de periode 2023 tot 2024 softwareleverancier Atos in acuut financieel noodweer kwam. De vraag doemde op of het bedrijf afstevende op een faillissement in 2025 vanwege een schuldherstructurering die mogelijk niet op tijd rond zou komen. “Veel partijen, waaronder Defensie, realiseerden zich toen dat er wel heel veel zouden omvallen bij een faillissement. Je wilt dus eigenlijk niet afhankelijk zijn van één specifieke partij.” Als een tweede voorbeeld noemt hij het incident met Starlink in Oekraïne. “Eigenlijk kan dat bedrijf zelfstandig bepalen waar er dekking is, en daarmee waar er drones kunnen worden ingezet. Het mag nooit zover komen dat een privépersoon of commerciële partij met eigen belangen kan bepalen waar de inzet van Defensie effectief is en waar niet.” 

Defensie zoekt nu uit hoe die risico’s kunnen worden beperkt door samen te werken met meer partijen, waaronder veel kleinere, gespecialiseerde bedrijven. Neem bijvoorbeeld Robin Radar, dat ooit is begonnen met de ontwikkeling van een vogelradar voor luchthavens. “Het was best een klein bedrijf toen Defensie daar jaren geleden mee in aanraking kwam. Wij vroegen ons af of ze met die radar ook onderscheid kunnen maken tussen vogels en drones. Door vroege en laagdrempelige samenwerking, en het stellen van gerichte vragen vanuit de defensiepraktijk, is Robin Radar nu in de dronedetectiewereld best een interessante speler geworden.” Zo werkt Defensie op meer plekken samen om innovatie te stimuleren. 

Lees verder op AG Connect.

Meer artikelen

Circular Data Sketch

Privacyvriendelijk datadelen: een veelbelovende aanpak komt uit de pilotfase

TW.nl, 23 april 2026:

Organisaties bezitten gegevens die – wanneer gecombineerd met die van andere – heel waardevolle organisatieoverstijgende informatie bieden, bijvoorbeeld om AI-modellen op te trainen. Een groot obstakel is dat die data niet kunnen worden gedeeld, vanwege privacyoverwegingen of bedrijfsgevoeligheid. Privacy Enhancing Technologies (PET’s) bieden verschillende oplossingen voor dat probleem, maar die worden in de praktijk nog maar mondjesmaat toegepast. Overheden en brancheorganisaties kunnen hier als katalysator optreden.

Read more >
Een onderzoeker bekijkt een ‘chip’ voor onderzoek aan darmcellen.

Orgaan-op-chip ontpopt zich als veelbelovend medisch en farmaceutisch lab

TW.nl 18 november 2025:
Mini-orgaantjes, gemaakt van menselijke stamcellen, helpen de ontwikkeling van medicijnen en behandelmethoden te verbeteren. Omdat deze orgaantjes gemaakt zijn van patiëntweefsel, bevatten ze de genetische aanleg voor de ziekte waaraan de patiënt lijdt. Wereldwijd is er veel aandacht voor deze orgaan-op-chip-aanpak. Inmiddels is een groot aantal organen op die manier als model beschikbaar en kijken onderzoekers al naar het koppelen ervan tot een multiorgaanmodel.

Read more >